Het gebaar

Door subsidie van de stichting Het Gebaar is Constructart in staat gesteld om het monument Sawah Belanda te ontwikkelen en uit te voeren. Wat is de stichting Het Gebaar?

In 2001 heeft de Nederlandse regering het zelfstandig bestuursorgaan Stichting Het Gebaar opgericht om aan, kort gezegd, mensen die Nederlander zijn gebleven of geworden, en tijdens de Japanse bezetting in Indië verbleven of elders door de Japanners werden geïnterneerd of tewerkgesteld, en in 2001 nog leven, een uitkering te betalen van in totaal € 159 miljoen als gebaar in verband met problemen bij het rechtsherstel na afloop van de Japanse bezetting in Nederlands-Indië, en tekortkomingen, kilte, en te veel formalisme en bureaucratie, bij de opvang in Nederland (voor zover van toepassing). Op verzoek van de Indische gemeenschap is geen onderscheid gemaakt tussen wie wel en wie niet in Jappenkampen hebben gezeten (“binnenkampers” en “buitenkampers”). Het bedrag is uiteindelijk vastgesteld op €1.822 per persoon, corresponderend met 87.000 betrokkenen.

Stichting Het Gebaar heeft bijgedragen aan het zichtbaar maken van de oorlogsgeschiedenis in Nederlands Indië’, dat zei staatssecretaris Bussemaker in 2009 tijdens de afscheidsbijeenkomst van de stichting. Het werk van Het Gebaar zit erop en daarom is de stichting opgeheven.

De toespraak van staatssecretaris Bussemaker:

Dames en heren,

In mijn uitnodiging aan u voor vandaag, heb ik geschreven ‘dat het werk dat de Stichting Het Gebaar heeft verricht buitengewoon is’.
Ik wil dat graag vanaf deze plek nogmaals onderstrepen. Dat doe ik mondeling, in mijn toespraak, maar ook door u dit officiële afscheid aan te bieden. Dat heeft u verdiend. Want u heeft in het zevenjarig bestaan van de Stichting Het Gebaar enorm veel werk verricht. U heeft in die periode aan bijna honderdduizend mensen een uitkering verstrekt. En alle aanvragen die voorafgingen aan de uitkering zijn getoetst aan de vastgestelde criteria. Dat toetsen is snel, efficiënt en transparant gedaan. Amper één maand na de installatie van het bestuur van Het Gebaar werden al de eerste uitkeringen verstrekt.

Ik wil dan ook graag het bestuur, de directeur, Wiete Mesman, zijn medewerkers en iedereen die betrokken is geweest bij Het Gebaar van harte bedanken voor hun inzet. En ik weet zeker dat ik dat ook doe namens tienduizenden mensen die een uitkering hebben ontvangen. Uit brieven gericht aan Het Gebaar blijkt duidelijk hoe ze dit hebben gewaardeerd. Hoewel het beoordelen van de aanvragen het leeuwendeel van de werkzaamheden betrof, ben ik de stichting ook zeer erkentelijk voor het beoordelen van de aanvragen voor de collectieve projecten. Ruim 400 aanvragen zijn er binnengekomen, slechts 124 konden er worden toegezegd. Sommige heel klein, zoals het uitgeven van een fotoboek, andere heel omvangrijk. Zoals een digitaal ontsluitingsproces van het Nationale Archief. Groot of klein, het geld is door Stichting Het Gebaar op een zeer verantwoorde en goede manier uitgezet. En wat wellicht nog het belangrijkste is: alle projecten hebben bijgedragen aan de erkenning en het zichtbaar maken van de oorlogsgeschiedenis in Nederlands Indië. En met zichtbaarheid bedoel ik niet alleen dat de gehele Nederlandse bevolking nu weet heeft – of kan hebben – van de verschrikkingen die de oorlog in Nederlands Indië heeft veroorzaakt.

Maar ook dat Het Gebaar een katalysator is geweest in het zichtbaar maken van de eigen familiegeschiedenis. Veel mensen uit de Indische gemeenschap zijn naar aanleiding van Het Gebaar over hun oorlogsverleden gaan praten. Met hun eigen kinderen en andere familieleden. Uit eigen ervaring weet ik hoe weinig de slachtoffers van de oorlog aanvankelijk over het hun aangedane leed en hun ervaringen vertelden. En ik weet ook uit eigen ervaring hoe goed het is dat ze het uiteindelijk wel doen. Zowel voor henzelf als hun omgeving.

Dames en heren, het opheffen van Het Gebaar betekent niet dat er een einde komt aan de aandacht die de laatste jaren is ontstaan voor de oorlogsgeschiedenis van Nederlands Indië. Integendeel. Ik zie het als mijn taak om wat we bereikt hebben te bestendigen voor de toekomst en ook nog verder uit te bouwen. Zodat ook toekomstige generaties bekend raken met dit belangrijk onderdeel van onze geschiedenis. Dat doe ik op verschillende manieren. Eén daarvan is het – samen met andere ministeries en instanties – opzetten van het Indisch Herinneringscentrum bij Bronbeek.

In dit herinneringscentrum is, net als bij Het Gebaar, ruimte en speciale aandacht voor mensen die in Indië de Japanse bezetting hebben meegemaakt. Het moet voor hen een centrum worden waar ze zich prettig voelen en waar ze met hun herinneringen terecht kunnen. Daarnaast moet het Indisch Herinneringscentrum een plek worden dat het brede publiek aanspreekt. Een plek waarin de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog centraal staat. Maar waar ook aandacht wordt besteed aan de geschiedenis van voor 1940 en ná 1945. Want alleen dan kunnen we de oorlogsperiode goed begrijpen.

Er staan al diverse initiatieven in de steigers. Zoals educatieve projecten, een strip over Nederlands-Indië, overzicht van websites die handelen over de oorlogstijd in Nederlands-Indië en een grote, nieuwe publiektentoonstelling. En ik heb begrepen dat de tentoonstelling de geschiedenis van Indonesië behandelt tot de datum waarop Het Gebaar is opgeheven. Tot 1 januari van dit jaar dus.

Dames en heren, ik sluit af.
We beëindigen vandaag de Stichting Het Gebaar. Maar de erfenis van deze stichting zullen we in stand blijven houden. Zodat ook volgende generaties er kennis van kunnen nemen. Dat betekent ook dat 15 augustus een nationale herdenkingsdag blijft, net als 4 mei.  Ik hoop dat wij elkaar binnenkort weer zien bij de opening van het Indisch Herinneringscentrum. We zijn nog lang niet klaar met Indië en dat is maar goed ook!

 

 

  • Geplaatst op:

    8 mei 2015

  • Categorie:

    Algemeen